5 november 2012

De namiddagdip

Mijn lief vindt het lachwekkend, maar het is bittere ernst: ik val in slaap tijdens de dag. Tijdens de werkdag, voor alle duidelijkheid. Als ik er aan zou toegeven, dan was ik na 5 minuten weer zo fris als een hoentje, maar wie doet dat nu, daaraan toegeven? U zou zeggen: ambtenaren, maar dat klopt niet, want ik geef er niet aan toe. Dus duurt het minstens een kwartier, dat wegdommelen en weer wakker schrikken. Doen alsof er niks aan de hand is. In een landschapsbureau, jawel. Ge moet dat eens proberen. Niet gemakkelijk, ik zeg het u.

Meestal zijn de dingen die ik moet lezen geweldig interessant. Maar zo tussen 14 en 15 h wordt het ronduit slaapverwekkend. Probeer dan vooral geen stylo in uw handen te hebben, of die gaat tegen de grond. Of nog beter: zo'n stiftje. Dikke fun. Dat zet dan ongewenste kriebels op je blad. Heel tof om achteraf terug te zien, je kunstzinnige uitlatingen. Not.

Ik heb dat al heel mijn meerderjarig leven. In mijn studententijd viel ik in slaap in de les. Daar waar het leesbaar geschrift verzinkt in onleesbaar ge-dmiajkneouig, maar dan platter en eigenlijk onleesbaar.

Ooit was ik zelfstandig. Denkt u dat dat hielp? Vergeet het maar. Slapend tekenen met autocad. Ik kan dat. Jammer dat het altijd weer gewist moest worden achteraf. Schitterende ontwerpen waren het. Ook not.

Vergaderingen in de namiddag zijn de hel. Licht uit, beamer aan. Here we go, maar dan niet op de wijze van The Chemical Brothers. Dat net niet.


4 november 2012

Round Robin (4)

De vierde ronde.

op de foto's slechts fragmenten. Het moet immers een verrassing blijven voor de ontvangers.

meer over het concept vindt u hier

Oude kerken

Eens de 40 voorbij (waar zijn al die jaren gebleven en waarom groeien die kinderen ineens mijn lengte voorbij?), zit er weinig anders op dan de tand des tijds zo goed als mogelijk te doorstaan. Met alle respect voor wie grijs grijs laat, maar mijn grijs haar wordt weggemoffeld. Door de kapper. Die ik veel te weinig bezoek. Mjah. Daar gaat mijn wegmoffeltheorie.

Ooit dacht ik dat ik rimpels niet erg zou vinden. Dat was toen ik er geen had. Ondertussen weet ik wel beter. Ik vind ze maar niks. Bijgevolg ging ik een paar jaar terug op zoek naar een anti-rimpelkreemke. Men durft het al eens anti-aging noemen, maar ik vind dat zo mogelijk nog erger. Laten we een rimpel maar een rimpel noemen, hij wordt er echt niet dieper van. Of dat hoop ik toch.

Mijn zoektocht was er één met hindernissen onder de vorm van rode plekken en andere vieze jeukende uitslag. Maar nu, nu heb ik er eentje gevonden zonder allergische gevolgen. Vraag mij niet hoe het heet, maar het is geel en ruikt naar oude kerken. Dat laatste vind ik maar niks: uw kreemke anti-aging noemen en het laten ruiken naar een oude kerk. Want al ben ik op zich wel fan van kerken, of toch van de gebouwen op zich, ik wil er toch echt niet naar ruiken.

En dan vraag ik mij af: waar maken ze dat in godsnaam van? Van uitgebrande wierook? Van half vergane kerkboekjes? Van opgedroogde bloemstukjes? Wil-ik-het-wel-weten?

26 oktober 2012

Nu zo houden

En toen ineens ging het toch weer beter.

Ik dacht: ik laat dat toch maar even weten. Belangrijke informatie en zo.
Nu zo houden. Dat zou fijn zijn.

25 oktober 2012

Maar het leven is niet eerlijk

Ik wist het daarnet zo goed nog, toen ik wakker lag in mijn bed. Hoe ik het moest schrijven. Hoe niks psychisch erger is dan een groot zwart gat waarin je lijkt te verzinken. De vicieuze cirkel waar je niet uit lijkt te raken. Het wachten op iets dat nooit meer lijkt te komen. De ellende. Dat walgelijk gevoel dat alles rondom je heen af lijkt te brokkelen en het feit dat je, hoe hard je het ook wil tegengaan, er niks aan lijkt te kunnen doen. Al doe je nog zo je best. En niemand die het wat lijkt te kunnen schelen, hoe het met je gaat. Niemand die je kan bereiken.

Ik wil het wel, maar ik lijk het niet te kunnen. Ik ben op.

Ik hou eventjes niet meer van dit leven. Maar ik vrees dat ik er geen ander krijg. Ik wil dat van vroeger terug. Niet dit smerige en ondoorzichtige, maar datgene dat ik twee jaar geleden kreeg. Dat leuke, dat lichte, dat vrolijke en dat gelukkige.

22 oktober 2012

En hoe voelt u zich vandaag?

Gisteren hadden hij en ik het over het sociaal correcte antwoord op 'Hoe gaat het?'. Er is maar één sociaal aanvaardbare antwoordoptie: 'Goed.'. U ziet van hier dat ik daar niet aan mee doe. Als ze het niet willen weten, dan moeten ze maar gewoon 'Goeiemorgen' zeggen.

Wel dan. Deze morgen vroeg mijn ik-zie-hem-op-regelmatige-basis-collega hoe het was. Wetend dat ik laatst een weekje thuis was, vond ik wel dat een correct antwoord mocht. Ik zei dus 'Mwoah'. of toch iets dat zo klonk. De rest van de vergadering, die ik al op even regelmatige basis zie, vond dat vrij grappig. Zoals de ramen van het nieuw gebouw dus, zo bleek ik mij te voelen. Die werden sinds het oprichten en in gebruik nemen van het gebouw in januari nog niet gekuist.

Bij deze weet u het. Ik ben smerig en ondoorzichtig, want dat is het 'Mwoah'-gevoel. Gelukkig hebben ze mij hoe dan ook toch nog graag.

12 oktober 2012

Zij en ik

Wij gaan lopen, zij en ik. Ik deed het al eventjes, maar zij wou mee. Vooral omdat iemand in de turnles honend vroeg 'of ze wel sport deed en ja, dat ze wel kon zien dat ze het niet deed omdat ze haar gedubbeld had bij het lopen'. Zij noemt het kreng 'de tuttebel'. Ik had heel wat lelijkere woorden in mijn hoofd, maar 'tuttebel' is ook ok.

Ik deed het vooral omdat een vriendin het wou doen. Ik wou ook, maar niet alleen, kwam dat even goed uit. Mijn vastberadenheid is immers niet van die aard dat je er een eervolle vermelding mee kan verdienen. Laat staan een nobelprijs voor pakweg aanhoudend gedrag met vrede tot gevolg. Ik maak mij geen illusies. Toch daarover niet.

Ondertussen zijn we dus met 4 en de samenstelling wisselt al eens. De snelheid en afstand is afhankelijk van wie mee gaat. Het is altijd fijn. Maar zij en ik alleen, dat is het fijnste van al.