25 januari 2014

De goede ouder

Het wordt hoog tijd om mijn kroost een wat nader te bekijken. Volgens de 'onderzoeken' die de laatste weken in overvloed verschijnen - een mens zou eigenlijk van een plaag willen spreken - blijkt dat ik het niet goed deed. Kinderen van holibi-koppels zijn gelukkiger. Fijn voor hen, denk ik dan, maar hoe komen ze daar nu toch bij? Helaas ben ik hetero, -1 voor mijn kroost. Ocharme.

Scheiden is uit den boze, uiteraard. Denk na vooral je het doet, want je maakt je kinderen ongelukkig. Dat is toch wat ik eruit begreep. Goed. 3 jaar nadenken zal wel genoeg geweest zijn, vermoed ik dan. Niettemin: nogmaals -1 voor mijn kinderen. Dat helt hier al gevaarlijk af.

Nu blijken ook nog dat je best een kind krijgt tussen je 25e en 29e als je een psychisch gezond kind wilt. Een kleine hoera hier ten huize: ik heb toch twee psychisch gezond kinderen op de wereld gezet. De eerste op mijn 28e. Nummertje twee ontsnapt ook net aan de verdoemenis, want ik was net geen 30. Maar of die redenering wel klopt, zal een nieuw onderzoekje wel uitwijzen.

Kort door de bocht geredeneerd heb ik dus kinderen met een neiging tot ongelukkig zijn. Volgens de studies althans. Evenwichtig zijn ze gelukkig nog wel. Kijk aan. Een mooie -1 voor allebei. Tot nu toe, want wie weet wat men nog gaat onderzoeken.

Om maar te zeggen: mijn haar komt er recht van, van al die studies. Laat ons eens iedereen wel om één of andere reden een schuldgevoel bezorgen. Het is ook een missie natuurlijk. Iemand moet het doen. Stel je voor, we zouden wel eens gelukkig kunnen zijn. Het idee alleen al.

En hoe voelen uw kinderen zich?

23 januari 2014

Over vervuiling, vermoeidheid en de kerstboom

Silence is golden, naar het schijnt, maar daar heeft een mens op een blog natuurlijk niet veel aan. Al zou het in sommige gevallen toch beter zijn om te zwijgen. Het internet is al zo vervuild, nietwaar?

Maar goed, mijn silence is dus niet zo golden de laatste tijd. Ik ben namelijk moe. Niet moe-want-ik-ging-weer-uren-te-laat-slapen, maar moe-want-ik-ben-ziek. Het begon op 4 januari met een keelpijntje. Ik heb wel meer keelpijntjes, maar die duren altijd 3 dagen en gaan over in slijm. Niet langer pijnlijk, gewoon vervelend. Maar laten we daar maar even niet op ingaan, het is ochtend en ik wil niet dat mijn ontbijt terugkeert. Ik vind slijm immers vies. Net als klieren. Ik had nooit dokter kunnen worden. Het idee dat ik aan klieren zou moeten voelen om te weten of ze opgezet zijn, doet de koude rillingen over mijn rug lopen. Dit terzijde. Keelpijn dus. En hoesten.

De keelpijn ging niet over na 3 dagen. Dit had op zijn minst een alarmbelletje moeten laten rinkelen en dat deed het ook. Het werd nog erger toen ik tegen de donderdag overal spierpijn kreeg. En een opleiding. Tegen de avond was ik hondsmoe. Nog erger dan de vorige dagen. En dat bleef zo maar duren. En ik maar gaan werken, want sommige projecten zaten in een cruciale fase. En ik ging dat weekend ook naar Londen met het lief, want ik had dat gegeven voor zijn verjaardag en zijn nieuwjaar. En als je naar Londen kan, weliswaar onder de medicatie, kan je ook werken. Aja. Ik heb het uitgehouden tot de woensdag erna, toen was het belangrijkste gedaan voor die week en toen wou ik alleen nog maar in mijn bed blijven. 2 dagen slapen, de hemel. Alleen jammer dat het niet altijd lukte wegens lawaai in de buurt, maar goed.

Het weekend was beter. Dus ik kon eindelijk verder schilderen in mijn badkamer. Ik ben al sinds 25 december daar aan het werk. Het einde komt in zicht. Tot ik zondagavond besefte dat ik mijzelf weer had moeten overtreffen. Terug naar af. Weer heel de week thuis. Elke morgen uit mijn bed omdat de kinderen er zijn en we toch wel altijd samen ontbijten. Mijn werk moeten overlaten aan een collega, wat meerdere telefoontjes en mails betekende. Maar goed, tussendoor kon ik slapen. De spierpijn blijft. Ik blijf het gevoel hebben dat ik in mijn eentje een huis gebouwd heb. Het is al donderdag en ik wil er vanaf. Ik had nooit gedacht dat ik het zou zeggen: ik wil weer gaan werken. Maar ik vrees dat ik morgen terug naar de dokter moet. Nog eens bloed prikken en kijken of er nu iets te vinden valt.

Ik kan en mag dingen doen. Het is dus niet dat ik heelder dagen in mijn bed of zetel lig. Ik heb honger en geen koorts. Ik zie er behoorlijk normaal uit. Ergerlijk eigenlijk. Ik zie aan mijn moeder dat ze het niet gelooft. Ga wat meer buiten, zegt ze. Ga wandelen. Ik ging maandag te voet naar de dokter. Ik was doodop toen ik er aankwam. Wandelen. Mijn gat.

Ik heb vermoedelijk het enige huis in Vlaanderen waar de kerstboom nog staat. Tot groot jolijt van de kinderen, die laten elke avond de lichtjes branden. En zo heb elk nadeel altijd zijn voordeel. Gelukkig maar.

31 december 2013

7/7

Er rest mij uiteraard voor dit jaar niet veel meer. Buiten u allen een heel fijn 2014 te wensen. Dat het mooier mag zijn dan het vorige, dat is zowel goed voor degenen die een mooi jaar hadden als voor degenen die een minder mooi jaar hadden. Iedereen blij.

Tot volgend jaar!

6/7

Verjaren. Kijk, dat is nu eens iets wat ik echt graag doe. Ik vind dat helemaal niet erg, hoewel ik ooit dacht dat ik het wel erg zou vinden om ouder te worden. Maar tot op heden valt het mee.

Dit jaar viel mijn verjaardag zoals elk jaar in november. Ik voel geen behoefte om daar iets aan te veranderen, laat staan dat ik het zou kunnen. Ik vind november een hele toffe maand. Niet te warm, lekker fris, soms wat mistig en mijn verjaardag. Ik ben een echt najaarskind.

Dit jaar viel mijn verjaardag op een zaterdag. Meteen een reden voor een feestje, dacht mijn lief, en hij nodigde wat vrienden uit. Ik wist ervan, maar dat betekende ook dat ik wat oude bekenden kon vragen. Ik besef dat ik eigenlijk niet zo goed ben in sociale contacten onderhouden. Mijn leven is te druk (flauw excuus) en de tijd gaat zo snel voorbij (even flauw excuus) dat het afspreken met vrienden er precies nog maar zelden van komt. Het spreekt dus voor zich dat ik er ontzettend van genoten heb. Genoeg om te beseffen dat ik het vanaf volgend jaar misschien maar wat anders moet gaan doen. Meer tijd steken in mijn vriendschappen. Want als zelfs mijn kinderen al beginnen zeggen dat het eigenlijk wel heel lang geleden is dat we nog bezoek hadden, is er misschien wel iets grondig mis. En zo ontstond een voornemen. Waar ik mij voor de verandering eens ga aan proberen houden.

30 december 2013

5/7

Ik moet toch leren om eindelijk in mijn leven eens haalbare doelen te stellen. Nooit raakt hier iets af in de tijd die ik voorzien heb. Ik herken mijn jongste dochter daarin. En mijzelf dus blijkbaar ook. Deze week dus weer. 7 stukjes tegen het einde van het jaar. Waarom in godsnaam? Om er weer niet te geraken? Mijn badkamer afwerken in een week. Even buiten de grote gaten gerekend die laagje per laagje moeten opgevuld worden (damn you, aannemers en damn you, oude pleister) en tussendoor nog moeten drogen. Het spreekt vanzelf dat dat dus 3 dagen langer duurde dan gedacht. En ik ging morgen eigenlijk mijn laatste laag schilderen. Ik moet nog beginnen schilderen verdorie. Hate it. Niet dat schilderen, al die voorbereiding vooraleer je kan beginnen schilderen. En dan komt nog het moment waarop je alles moet afplakken, ook zo fijn. Bleh. Ik zal al blij zijn als ik tegen zondagavond klaar ben. In afwachting zijn dus ook de gordijnen weg in de badkamer. Dat zullen de meiden fijn vinden als ze hier aankomen morgen.

Anyway. Haalbare doelen dus. Eén van de belangrijke principes van doelen stellen. Ik moet misschien mijn boek maar nog eens lezen.

Of misschien moet ik maar beter nog wat verder werken. How 'bout that?

28 december 2013

4/7

U mag mij allemaal proficiat wensen, want vandaag, maar dan 15 jaar geleden, werd ik voor het eerst moeder van een wonderlijke, prachtige, lieve, leuke, grappige en ondertussen al heel grote dochter. Sindsdien weten wij altijd wat gevierd tussen kerst en nieuw. We zouden ons anders wel vervelen, nietwaar.

Zo. Als dat geen mooi berichtje is.

En nu allemaal terug aan het werk.

27 december 2013

3/7

Ik ben geen goede onthouder wat het weer en het nieuws betreft. Ik onthoud wel heel goed wat ze mij hebben aangedaan, maar dat is een ander verhaal waar ik nu niet op ga ingaan, want ik ging voor happy vandaag.

Anyway, wat mij dus wel bijbleef dit jaar, vooral omdat het nog maar enkele weken geleden is, was het mysterie van het geld in de brievenbussen. 'Wilde weldoener stopt geld in brievenbussen', stond er in de krant. Met dank aan Suske en Wiske voor de inspiratie waarschijnlijk. Wat een stress zal dat geweest zijn in Koksijde-Bad, stel je eens voor. Compleet zotgedraaide theorieën zullen in de lucht gehangen hebben. Geld in iemands bus stoppen, dat is toch uitermate verdacht. Een truuk van een immo-kantoor leek één van de mogelijkheden te zijn. Yeah right. Wie dat gelooft, gelooft nog in Sinterklaas. Of wacht.

Bij zijn vierde poging werd de man op heterdaad betrapt. Stel u voor. Op heterdaad betrapt. Terwijl hij geld in brievenbussen stopte. De snodaard. Wat een lef. Iedereen zal blij geweest zijn dat die anonieme giften eindelijk stopten. De onzekerheid. De stress!

Voor de enkelingen die het niet (meer) weten: de 39-jarige erfde een aanzienlijk bedrag van zijn overleden moeder, maar hij vond dat hij het niet nodig had. Hij besloot het dan maar uit te delen, anoniem. De rest zou hij dan maar aan een goed doel schenken. De gegoede burgers waren er immers een beetje vies van.