Het had wat voeten in de aarde (neem maar modder de laatste dagen), maar het duurde even tot ik aan Nijd toekwam. Ik mag echt niet meer bloggen op commando, zelfs niet van mijzelf, het werkt niet. Dan gaat het van 'ik zou moeten' tot een hele rij maars die allen steek houden. Voor mij toch.
Het duurde ook even tot ik echt nijdig was. Ik heb wat andere dingen gehad de laatste weken, maar nijd was er niet zozeer bij. Maar eer(?)gisteren was het prijs en ik dacht: laten we dat maar onthouden tot we nog eens tijd hebben om erover te schrijven. De ervaring leert echter dat wachten leidt tot uitstel en ik hield het gevoel vast. Het is algemeen geweten dat Nijd een gevoel is dat je niet te lang vast mag houden. Je wordt er ziek van.
Bij deze ben ik erin geslaagd al ettelijke woorden te gebruiken zonder ook maar iets te zeggen. Niet dat dat nieuw is trouwens.
Anyway: u hoorde het vermoedelijk ook wel een paar dagen geleden. Er werd een Nederlander opgepakt die meer dan meerdere pubermeisjes misbruikte, zowel in het echt als via het internet. De meisjes deden dingen waarvan je hoopt dat je eigen 14-jarige dochter ze niet zou doen. Op zich al een reden om te ontbranden van colère, denk ik dan. Maar het kan zo mogelijk nog erger. De reacties op de krantenartikels. Digitaal en via facebook. Normaal lees ik ze niet, maar het waren er nog maar een stuk of 6 en ik dacht: toe maar. Even kijken wat de gemiddelde Vlaming hierop te zeggen heeft. Walging alom, hoopt een mens dan. Maar neen. Eén of andere onverlaat durft het aan om hierop te zeggen: 'goed van hem, moeten die meisjes maar niet zo onnozel zijn'.
En dan hoop ik dat die mens een grote boom op zijn weg tegenkomt. Eén die hij niet meer kan ontwijken. Moet hij maar niet zo onnozel zijn.
11 oktober 2013
6 september 2013
Spijt
Ha, denkt ge nu, ze voelt zich niet alleen over alles schuldig, ze heeft ook nog spijt van en over alles. Eerst schuldig dat ze dingen gaat doen, dan spijt dat ze dingen gedaan heeft. Of niet gedaan heeft. Er is voor alles een reden om spijt te voelen.
Aber nein (mijn oudste dochter heeft voor het eerst Duits, dus ik begin alvast wat te oefenen). Spijt staat helemaal niet in mijn woordenboek. Dat vind ik nu eens de meest nutteloze emotie ter wereld. Gedane zaken nemen nooit keer, dus er spijt van hebben, heeft geen zin. Dat heb ik al beslist toen ik een 18-jarige was. Of daaromtrent, het is niet dat ik het bewust beslist heb.
Op mijn 16e had ik nog even spijt van het feit dat ik in mijn colère ruzie zocht (en kreeg) met een potentieel vriendje. Omdat ik daarna nooit meer zou weten hoe het kon geweest zijn. Ondertussen weet ik allang dat het leven meer in petto heeft dat dat ene potentiële vriendje. Case closed.
Dit gezegd zijnde: morgen (of overmorgen of de dag erna. Als ik tijd vind. En ik ga mij daar niet schuldig over voelen als ik de tijd niet vind): nijd.
Aber nein (mijn oudste dochter heeft voor het eerst Duits, dus ik begin alvast wat te oefenen). Spijt staat helemaal niet in mijn woordenboek. Dat vind ik nu eens de meest nutteloze emotie ter wereld. Gedane zaken nemen nooit keer, dus er spijt van hebben, heeft geen zin. Dat heb ik al beslist toen ik een 18-jarige was. Of daaromtrent, het is niet dat ik het bewust beslist heb.
Op mijn 16e had ik nog even spijt van het feit dat ik in mijn colère ruzie zocht (en kreeg) met een potentieel vriendje. Omdat ik daarna nooit meer zou weten hoe het kon geweest zijn. Ondertussen weet ik allang dat het leven meer in petto heeft dat dat ene potentiële vriendje. Case closed.
Dit gezegd zijnde: morgen (of overmorgen of de dag erna. Als ik tijd vind. En ik ga mij daar niet schuldig over voelen als ik de tijd niet vind): nijd.
2 september 2013
Schuldig
Schuldig voelen, ik doe dat niet, zei de jong getrouwde enkele weken terug. Ze kent het niet, ze doet er niet aan mee. De nieuwbakken echtgenoot zei van wel. Ik stak het op zijn afkomst uit de westelijke kant van Vlaanderen, maar toen bleek hij bij nader inzien toch niet aan schuldig te doen. Tot zover mijn theorie. Ik benijd hen.
Ik ben een kei in schuldig voelen. Er schuilt een door de nonnen opgevoed kind in mij, vermoed ik soms. Hoewel ik van nonnen weinig last had in mijn verleden. De enige die ik mij kan heugen, is het nonneke dat mij in het eerste middelbaar aardrijkskunde gaf. Het jaar erna ging ze op welverdiende rust (niet de eeuwige). Of dat aan mij lag, weet ik niet, maar het is een feit dat mijn aardrijkskundige kennis zeker een reden kan zijn waarom lesgevers naar hun pensioen verlangen. Het was een braaf menske, zoveel was zeker. Mijn schuldgevoel kan daar niet zijn oorsprong in vinden.
Waar het dan wel vandaan komt, is een groot raadsel. Ik heb niet bepaald een katholieke achtergrond. Ik zal het eens aan mijn persoonlijke psycholoog moeten vragen. Die blijft soms bij mij slapen. Het zou wat ongezond zijn, ware het niet dat hij mijn lief is.
Maar goed. Schuldig dus. Omdat ik 'neen' zeg tegen een uitnodiging omdat ik tijd voor mijzelf nodig heb. Omdat ik mijzelf niet in 4 kan delen. Omdat ik soms mijn geduld verlies over het feit dat het jongste kind secuur maar ook traag is. Omdat ik soms mijn geduld verlies omdat mijn oudste ouder wordt en mascara en nagellak het van het vindt. En ik vind mascara vies. Omdat ik mijn werk altijd op het laatste nippertje afwerk. Omdat ik dingen moet doen waar ik geen tijd voor heb. Omdat ik altijd vergeet naar de dokter/tandarts/kapper te bellen. Omdat ik kwaad ben op hem over dingen waar hij niet aan kan doen. Omdat ik vrienden vergeet op te bellen. Omdat ik soms voor dingen geen zin heb. Omdat ik soms echt heel lelijke dingen kan denken. Omdat die dingen niet weg lijken te gaan, maar altijd erger worden. Omdat ik een grote mond heb. Omdat ik dingen beloof en er dan geen zin in heb (maar ik doe ze wel altijd omdat ik mij dan nog schuldiger zou voelen). Omdat ik verder moet werken aan mijn huis en altijd andere dingen doe. Omdat omdat omdat.
Er zijn nochtans zat redenen om mij niet schuldig te voelen over al die dingen. Alleen lijken ze mij nooit te overtuigen.
Het zal toch aan de nonnen gelegen hebben. Ik kan het toch niet op onze nonkel pater steken zeg. Die brave mens.
Ik ben een kei in schuldig voelen. Er schuilt een door de nonnen opgevoed kind in mij, vermoed ik soms. Hoewel ik van nonnen weinig last had in mijn verleden. De enige die ik mij kan heugen, is het nonneke dat mij in het eerste middelbaar aardrijkskunde gaf. Het jaar erna ging ze op welverdiende rust (niet de eeuwige). Of dat aan mij lag, weet ik niet, maar het is een feit dat mijn aardrijkskundige kennis zeker een reden kan zijn waarom lesgevers naar hun pensioen verlangen. Het was een braaf menske, zoveel was zeker. Mijn schuldgevoel kan daar niet zijn oorsprong in vinden.
Waar het dan wel vandaan komt, is een groot raadsel. Ik heb niet bepaald een katholieke achtergrond. Ik zal het eens aan mijn persoonlijke psycholoog moeten vragen. Die blijft soms bij mij slapen. Het zou wat ongezond zijn, ware het niet dat hij mijn lief is.
Maar goed. Schuldig dus. Omdat ik 'neen' zeg tegen een uitnodiging omdat ik tijd voor mijzelf nodig heb. Omdat ik mijzelf niet in 4 kan delen. Omdat ik soms mijn geduld verlies over het feit dat het jongste kind secuur maar ook traag is. Omdat ik soms mijn geduld verlies omdat mijn oudste ouder wordt en mascara en nagellak het van het vindt. En ik vind mascara vies. Omdat ik mijn werk altijd op het laatste nippertje afwerk. Omdat ik dingen moet doen waar ik geen tijd voor heb. Omdat ik altijd vergeet naar de dokter/tandarts/kapper te bellen. Omdat ik kwaad ben op hem over dingen waar hij niet aan kan doen. Omdat ik vrienden vergeet op te bellen. Omdat ik soms voor dingen geen zin heb. Omdat ik soms echt heel lelijke dingen kan denken. Omdat die dingen niet weg lijken te gaan, maar altijd erger worden. Omdat ik een grote mond heb. Omdat ik dingen beloof en er dan geen zin in heb (maar ik doe ze wel altijd omdat ik mij dan nog schuldiger zou voelen). Omdat ik verder moet werken aan mijn huis en altijd andere dingen doe. Omdat omdat omdat.
Er zijn nochtans zat redenen om mij niet schuldig te voelen over al die dingen. Alleen lijken ze mij nooit te overtuigen.
Het zal toch aan de nonnen gelegen hebben. Ik kan het toch niet op onze nonkel pater steken zeg. Die brave mens.
31 juli 2013
Over de grens
De grens der verdraagzaamheid durft alhier al eens laag liggen. Dit ligt meestal niet aan één ding maar aan een opeenstapeling der dingen. Het spreekt voor zich dat dit geen leuke dingen zijn, al durven ook de leuke uitputtend zijn, wat dan weer gevolgen heeft voor de verdraagzaamheid.Vermoeidheid, het is iets. Iets ambetants. Er was een tijd dat ik er nooit moe uitzag. Dat was in de tijd dat ik jong was. Studeerde. Zelfs toen ik nog kleine kinderen had. Ik was wel moe, maar ik zag er nooit moe uit. Tegenwoordig word ik al eens met mijn neus op de feiten gedrukt ('je ziet er moe uit'). Zeg dus maar: hardhandig geduwd. Hoewel ik net een spiegel in mijn badkamer ophing, weiger ik erin te kijken. De confrontatie is niet bevorderlijk voor mijn humeur. Ik ken dat mens niet dat terugkijkt. Ze ziet er precies zo moe uit.
Anyway: ik verlang naar rust. Naar het stoppen van de verbouwingswerken naast de deur. Op zich allemaal niks op tegen (ik moet ook nog verbouwen), maar er gingen enkele zenuwslopende momenten aan vooraf. En oh wait: het is bouwverlof. Die periode waarin de aannemers op reis gaan. Hoort u dat, mijn beste? Ver. Lof. Uitroepteken en veelbetekenende blikken.
Ik verlang ook ontzettend naar het verhuizen van de buren van het lief (weinig kans, het zijn krakers) die met hun lawaai en ontzettend asociaal gedrag mijn zenuwen de hoogte in jagen. Naar het begin van mijn rustvakantie (oja, keep on dreaming). Naar een proper en afgewerkt huis (oja, keep on dreaming in 't kwadraat). Naar ononderbroken slaap die minstens een volle 8 uur duurt. Naar een volle zak geld. Al zal dat dan wel weer stress met zich meebrengen.
Het is ook nooit goed.
(maar voor de zekerheid: laat die zak geld maar komen)
Anyway: ik verlang naar rust. Naar het stoppen van de verbouwingswerken naast de deur. Op zich allemaal niks op tegen (ik moet ook nog verbouwen), maar er gingen enkele zenuwslopende momenten aan vooraf. En oh wait: het is bouwverlof. Die periode waarin de aannemers op reis gaan. Hoort u dat, mijn beste? Ver. Lof. Uitroepteken en veelbetekenende blikken.
Ik verlang ook ontzettend naar het verhuizen van de buren van het lief (weinig kans, het zijn krakers) die met hun lawaai en ontzettend asociaal gedrag mijn zenuwen de hoogte in jagen. Naar het begin van mijn rustvakantie (oja, keep on dreaming). Naar een proper en afgewerkt huis (oja, keep on dreaming in 't kwadraat). Naar ononderbroken slaap die minstens een volle 8 uur duurt. Naar een volle zak geld. Al zal dat dan wel weer stress met zich meebrengen.
Het is ook nooit goed.
(maar voor de zekerheid: laat die zak geld maar komen)
22 juni 2013
Het einde is zoek
"Ik heb mijn hielen nog niet gekeerd, of jullie hebben zijn radio alweer verzet", is zowat de meest gehoorde zin uit mijn mond dezer dagen. En neen, ik bedoel niet verzet van plaats, want ik weet dat er zijn die het al denken. Ik bedoel: verzet van station. Van zender. Van muzieksoort.
Het is een groot gemak te weten dat ze nooit Klara zullen kiezen. Klara behoort bij mijn ander leven dat dat een muziekgat van bijna 5 jaar in mijn cultuur sloeg. Mijn cultuur dus, niet die van een ander. Het is een ongemak dat ze niet Studio Brussel kiezen, want dat wil ik. Het zou op zijn minst een stuk handiger zijn en de afstandsbediening zou niet om de haverklap in huis rondslingeren.
Hoe dan ook: het is een feit dat ik nu al dagen ineens naar MNM luister. Niet de snoepjes (die roepen hooguit in de winkel eens als ik passeer), niet de zanger (die mag soms eens in de cd-speler), maar de muziekzender. Want daar, beste vrienden, worden heden ten dage de studenten bediend met een marathon. En dat willen de meiden horen.
Ik had liever een sprakeloze marathon gehad, want ik word wat zenuwachtig van dat gezellig gebabbel. Examens, jongens, examens, die horen niet leuk te zijn. Minstens irritant, hoogstens hemeltergend, maar nooit leuk. Daar zijn ze leuk. Daar wordt gelachen. Zotjes.
Het verzetten was tot op heden een ritueel waar ik mij nooit van bewust was tot het voorbij was. Telkens ik de kamer uit ging, was het prijs. In pré-radiotijden ging het om de klok. Ik heb zo'n marmeren klok uit de jaren '30. Past perfect bij mijn schouw uit de jaren '30, die niet geheel toevallig in mijn jaren '30 huis staat. Hier woont een ware interbellumfan. De klok werkt niet meer. Hij zou het doen, mocht ik een sleuteltje laten maken om hem op te winden, maar organisatorisch zit ik niet zo in elkaar. Ik weet dat ik het moet doen, maar ik vergeet het altijd op cruciale momenten. Zo is mijn leven. De klok blijft dus stil. Maar de wijzers niet. Om de zoveel tijd werden die verzet. Toen ik vroeg wie dat deed, kreeg ik alleen geheimzinnig ge(glim)lach. Ik heb nooit achterhaald wie het deed.
Nu is de radio aan de beurt. Altijd stiekem, tot vandaag. Vandaag gebeurde het verzetten toen ik erbij zat. Dat hadden ze nog nooit gedurfd. Het einde is zoek.
Het is een groot gemak te weten dat ze nooit Klara zullen kiezen. Klara behoort bij mijn ander leven dat dat een muziekgat van bijna 5 jaar in mijn cultuur sloeg. Mijn cultuur dus, niet die van een ander. Het is een ongemak dat ze niet Studio Brussel kiezen, want dat wil ik. Het zou op zijn minst een stuk handiger zijn en de afstandsbediening zou niet om de haverklap in huis rondslingeren.
Hoe dan ook: het is een feit dat ik nu al dagen ineens naar MNM luister. Niet de snoepjes (die roepen hooguit in de winkel eens als ik passeer), niet de zanger (die mag soms eens in de cd-speler), maar de muziekzender. Want daar, beste vrienden, worden heden ten dage de studenten bediend met een marathon. En dat willen de meiden horen.
Ik had liever een sprakeloze marathon gehad, want ik word wat zenuwachtig van dat gezellig gebabbel. Examens, jongens, examens, die horen niet leuk te zijn. Minstens irritant, hoogstens hemeltergend, maar nooit leuk. Daar zijn ze leuk. Daar wordt gelachen. Zotjes.
Het verzetten was tot op heden een ritueel waar ik mij nooit van bewust was tot het voorbij was. Telkens ik de kamer uit ging, was het prijs. In pré-radiotijden ging het om de klok. Ik heb zo'n marmeren klok uit de jaren '30. Past perfect bij mijn schouw uit de jaren '30, die niet geheel toevallig in mijn jaren '30 huis staat. Hier woont een ware interbellumfan. De klok werkt niet meer. Hij zou het doen, mocht ik een sleuteltje laten maken om hem op te winden, maar organisatorisch zit ik niet zo in elkaar. Ik weet dat ik het moet doen, maar ik vergeet het altijd op cruciale momenten. Zo is mijn leven. De klok blijft dus stil. Maar de wijzers niet. Om de zoveel tijd werden die verzet. Toen ik vroeg wie dat deed, kreeg ik alleen geheimzinnig ge(glim)lach. Ik heb nooit achterhaald wie het deed.
Nu is de radio aan de beurt. Altijd stiekem, tot vandaag. Vandaag gebeurde het verzetten toen ik erbij zat. Dat hadden ze nog nooit gedurfd. Het einde is zoek.
19 juni 2013
En met bruin-zonder-zon moet je ook niet afkomen
Ik vind persoonlijk dat het hoog tijd wordt. Meer dan hoog tijd trouwens. Ik wacht er al 42 zomers op en als dat hier niet rap gaat gebeuren, zal ik meer dan de helft van mijn leven zo doorgebracht hebben, als we al niet voorbij de helft zijn. Zo onmodieus. Zo verdomd wit.
Er waren jaren dat ik het mij niet aantrok. Ik vermoed dat we over die eerste 6 jaar van datzelfde leven kunnen spreken. Daarna was het om zeep. Om de zoveel tijd, vooral bij zomerse temperaturen, was het blijkbaar een must om mij te wijzen op mijn witte benen. Alsof ik blind ben en het mij nog nooit opgevallen was. Du-uh. Idem voor mijn rode wangen trouwens. Nog zo'n zegen waarop telkens moest gewezen worden. Mijn bovenste en onderste uiteinden matchen duidelijk niet met elkaar.
Ik vind dus dat het hoog tijd wordt, want mijn huidspecialiste zegt het trouwens ook. En zij kan het weten. Hoog tijd dus dat dat bruin kleurtje uit de mode is. Hoog tijd dat jullie, bruinende medemensen, eens heel de zomer met een lange broek moeten lopen en ik voor de verandering de rokjes boven mag halen. Daar wacht ik nu al bijna heel mijn leven op. En dat is lang als ge wacht, ik zweer het u.
Er waren jaren dat ik het mij niet aantrok. Ik vermoed dat we over die eerste 6 jaar van datzelfde leven kunnen spreken. Daarna was het om zeep. Om de zoveel tijd, vooral bij zomerse temperaturen, was het blijkbaar een must om mij te wijzen op mijn witte benen. Alsof ik blind ben en het mij nog nooit opgevallen was. Du-uh. Idem voor mijn rode wangen trouwens. Nog zo'n zegen waarop telkens moest gewezen worden. Mijn bovenste en onderste uiteinden matchen duidelijk niet met elkaar.
Ik vind dus dat het hoog tijd wordt, want mijn huidspecialiste zegt het trouwens ook. En zij kan het weten. Hoog tijd dus dat dat bruin kleurtje uit de mode is. Hoog tijd dat jullie, bruinende medemensen, eens heel de zomer met een lange broek moeten lopen en ik voor de verandering de rokjes boven mag halen. Daar wacht ik nu al bijna heel mijn leven op. En dat is lang als ge wacht, ik zweer het u.
3 juni 2013
Spinnen
Lang blond haar hebben ze, allebei. Hun moeder heeft meer van de kortere donkerblonde soort, de lichtere delen zijn uit een potje. Of ik vermoed toch dat het uit een potje komt, ik doe bij de kapper altijd mijn bril af, dus ik weet niet zo goed wat ze daar achter mijn rug uitspoken.
Lang blond haar, want dat kleurt zo mooi bij mijn zwarte was. Of blauwe. En zelfs groene of rode. Soms vis ik er hele nestels uit, al waren het blonde spinnen met extreem lange poten. Ik laat ze buiten vrij, want wat moet een mens daarmee, hé, met blonde spinnen? Die nestelen zich toch maar behaaglijk in de echte spinnenwebben. Want die echte, die steken ook wat uit, daar achter mijn rug.
Soms wou ik dat korte coupes in de mode waren, maar dat is voor oudere dames. Zoals ik. Zij zullen het nog even lang houden. Tot ze alleen gaan wonen en zien dat alles in hun was terecht komt, vermoed ik. Zo gaat dat.
Lang blond haar, want dat kleurt zo mooi bij mijn zwarte was. Of blauwe. En zelfs groene of rode. Soms vis ik er hele nestels uit, al waren het blonde spinnen met extreem lange poten. Ik laat ze buiten vrij, want wat moet een mens daarmee, hé, met blonde spinnen? Die nestelen zich toch maar behaaglijk in de echte spinnenwebben. Want die echte, die steken ook wat uit, daar achter mijn rug.
Soms wou ik dat korte coupes in de mode waren, maar dat is voor oudere dames. Zoals ik. Zij zullen het nog even lang houden. Tot ze alleen gaan wonen en zien dat alles in hun was terecht komt, vermoed ik. Zo gaat dat.
Abonneren op:
Reacties (Atom)