We zijn weeral verder dan ik dacht precies. Morgen op het weekmenu van week 23 van het werk: Florentijnse eieren. Ik wist niet dat het bestond tot ik ze daar eens at. Lekkerrrrr... Bij deze wist ik dus dat het week 23 geworden was. Gelukkig dat iemand er nog aan denkt dat mijn innerlijke kalender moet bijgewerkt worden.
Week 22 ging geruisloos over in week 23 dus beide foto's zijn van gisteren. Ik ga daar geen doekjes om winden, het is bij wie dit volgt al algemeen bekend dat ik er niet mee inzit dat de foto's niet op het juiste moment genomen zijn.
Voor week 22 presenteer ik u een standbeeld. Dit standbeeld staat ter hoogte van de Unescorotonde. Dat is voor de Bruggelingen eigenlijk gewoon het rond punt bij het station. Dat waar je tijdens de spitsuren moet staan aanschuiven en waar je de helft van de tijd gewoon stil op staat. Laat ons zeggen dat het niet zo goed marcheert, wat niet zo verwonderlijk is als je weet dat zeer kortbij er verkeerslichten staan. Kwestie van nog problemen op te kunnen lossen in de toekomst. Een mens mag niet alles in een keer hebben, dan ben je weer blij als er nog iets opgelost is. Zo gaat dat.
Maar terug naar het standbeeld. Vroeger, toen de dieren nog spraken, de Unescorotonde nog niet bestond en ik nog klein was, stond dit beeld veel meer in de kijker. Ik vond het als kind uitermate fascinerend, maar ik was er wat bang van. Men ziet hier een man die een overmaatse vogel bij de keel grijpt en hoog boven die vogel opgeheven iets in de hand heeft. Als kind dacht ik dat het een mes was en hij het beest de keel ging oversnijden. Het is pas jaren later, bij het verplaatsen van het beeld, dat ik zag dat het een vis was. Dat maakt het al iets minder griezelig, maar ik blijf het fascinerend vinden. Ik heb geen idee wie of wat het voorstelt en of hij die vis wil geven of afgenomen heeft. Bizar beeld, waar u trouwens hier de achterkant van ziet omdat ik geen zin had om mij midden op de rotonde te gaan begeven. Nu en dan zie je daar een verdwaalde toerist lopen, maar het scoort niet hoog in de categorie 'verantwoord gedrag'.
Voor week 23 had ik een foto kunnen nemen van de herdenkingsplaats waar vorige week op de markt de 19-jarige Mikey omgebracht werd. Ik passeerde er wel, maar het ligt absoluut niet in mijn aard om daar foto's van te nemen en waar dan ook te posten. Er zijn absoluut grenzen.
Waar jullie wel een foto van krijgen is van iets wat mij een groot genoegen doet: de afbraak van de meifoor. De rust keert weer. At last.
3 juni 2014
1 juni 2014
Queen
"Genees dan toch", sprak ik, maar helaas, ik blijk Jezus niet te zijn. Hoe erg ik ook probeerde er op in te praten, het lukte niet. Op de plek waar mijn knie wat (nogal) hardhandig met een fietspad vol zand en keitjes in aanraking kwam, verscheen een dag na het uitwassen en behandelen een ware vochtaflatende plek. Druppelsgewijs liep er om de zoveel tijd een straaltje etter richting mijn rechterenkel. Wat wel nog zo normaal was, gezien het ook mijn rechterknie betrof. Gelukkig was het niet van die aard dat het ook mijn rechterenkel bereikte, dat zou nogal wat geweest zijn. Ik hoop dat u niet aan het eten bent.
Ik dus naar de dokter, die het geheel aanschouwde, mij instructies over uitspoelen, ontsmetten en insmeren met wondhelende zalf meegaf en speciale kompressen voorschreef die er niet in zouden plakken. Dat het tegen de donderdag toch wel dicht zou moeten gaan komen, zo. Wat dus niet gebeurde. Ik ben dol op feestdagen, maar niet als ze vallen op een moment waarop je eigenlijk een dokter nodig hebt. En onze lieve Heer was ten hemel opgenomen, dus daar had ik ook niet zoveel aan.
Onderhand had ik tegen donderdag - wegens ferme pijnscheuten, een warme knie en zwelling - al het idee dat ik een knieamputatie zou moeten ondergaan. En omdat dat wat raar zou zijn, zou vermoedelijk ook mijn onderbeen eraan moeten geloven. Ik zeg het niet graag, maar het dramaqueengehalte van mijn jongste dochter heeft ze misschien van niemand vreemd. Van haar vader, dat spreekt voor zich. Gelukkig had mijn vader, die dan weer geen enkel dramaqueengehalte in zijn lijf heeft, mij al een zalfje meegegeven dat toch wel leek te helpen.
Niettemin besloot ik vrijdag met enige spoed de huisarts opnieuw op te bellen. Er bleef maar rommel uit die knie komen en zo net vóór het weekend heeft niemand daar echt een boodschap aan. Daar bleek dat mijn eigenste lijf een soort witte film (ik ben de naam vergeten en ik ga het ook niet opzoeken op google wegens dat ik geen smerige foto's wil zien) op de wonde gelegd had en dat die de wondheling verhinderde. En dat zag ze niet graag. Er werd een ietwat akelig woord uitgesproken: weg schrapen. Eens mijn beeld van amputatie bijgesteld was, leek het schrapen mij eigenlijk ook niet zo aanlokkelijk. Maar dat moest niet onmiddellijk, alleen maar als het tegen woensdag niet weg is. Ik kreeg een zalf voorgeschreven en nieuwe instructies die ik braaf opvolgde.
Om maar te zeggen: het ziet er al beter uit. Ik sluit de dramaqueen weer op in haar hok en binnen een week of zo kan ik eindelijk weer beginnen lopen. Want tegen 19 oktober moet ik die 10 km mét trappen lopen halen. Iets waar ik ongelofelijk veel zin in heb. Veel meer dan in kuisen. Dat laat ik die dramaqueen anders even doen.
Ik dus naar de dokter, die het geheel aanschouwde, mij instructies over uitspoelen, ontsmetten en insmeren met wondhelende zalf meegaf en speciale kompressen voorschreef die er niet in zouden plakken. Dat het tegen de donderdag toch wel dicht zou moeten gaan komen, zo. Wat dus niet gebeurde. Ik ben dol op feestdagen, maar niet als ze vallen op een moment waarop je eigenlijk een dokter nodig hebt. En onze lieve Heer was ten hemel opgenomen, dus daar had ik ook niet zoveel aan.
Onderhand had ik tegen donderdag - wegens ferme pijnscheuten, een warme knie en zwelling - al het idee dat ik een knieamputatie zou moeten ondergaan. En omdat dat wat raar zou zijn, zou vermoedelijk ook mijn onderbeen eraan moeten geloven. Ik zeg het niet graag, maar het dramaqueengehalte van mijn jongste dochter heeft ze misschien van niemand vreemd. Van haar vader, dat spreekt voor zich. Gelukkig had mijn vader, die dan weer geen enkel dramaqueengehalte in zijn lijf heeft, mij al een zalfje meegegeven dat toch wel leek te helpen.
Niettemin besloot ik vrijdag met enige spoed de huisarts opnieuw op te bellen. Er bleef maar rommel uit die knie komen en zo net vóór het weekend heeft niemand daar echt een boodschap aan. Daar bleek dat mijn eigenste lijf een soort witte film (ik ben de naam vergeten en ik ga het ook niet opzoeken op google wegens dat ik geen smerige foto's wil zien) op de wonde gelegd had en dat die de wondheling verhinderde. En dat zag ze niet graag. Er werd een ietwat akelig woord uitgesproken: weg schrapen. Eens mijn beeld van amputatie bijgesteld was, leek het schrapen mij eigenlijk ook niet zo aanlokkelijk. Maar dat moest niet onmiddellijk, alleen maar als het tegen woensdag niet weg is. Ik kreeg een zalf voorgeschreven en nieuwe instructies die ik braaf opvolgde.
Om maar te zeggen: het ziet er al beter uit. Ik sluit de dramaqueen weer op in haar hok en binnen een week of zo kan ik eindelijk weer beginnen lopen. Want tegen 19 oktober moet ik die 10 km mét trappen lopen halen. Iets waar ik ongelofelijk veel zin in heb. Veel meer dan in kuisen. Dat laat ik die dramaqueen anders even doen.
30 mei 2014
Belpop 3.1
Het is alweer geleden van vorige maand (op de valreep, want deze maand is morgen ook alweer de vorige) dat ik jullie leven verblijdde met een liedje. Als je De Kreuners van een paar dagen geleden niet meerekent, dat is. Het wordt dus hoog tijd om de Belpop cd's weer ter hand te nemen en even te kijken waarmee ik de wereld wat beter kan maken. Dat mag ook wel, het nieuws van de in Brugge met messteken omgebrachte jongen heeft mij toch wel aangegrepen. Misschien ben ik wat naïef, maar in Brugge in godsnaam... Er gebeurt hier van zijn levens bijna niks. Morgen moet ik naar de bib en daarvoor rijd ik met mijn fiets over de markt. Ik zal toch even slikken als ik er voorbij moet. Mijn oudste dochter gaat eind juni naar haar eerste fuif, ik hoop dat ze in haar uitgaansleven toch nooit zoiets moet meemaken.
Ik begin -het zou niet mogen zijn (straks heb'em), maar ik doe het toch- met mijn favoriet van 'Gezellig samenzijn'. Je mag gerust zijn: de titel zegt het allemaal. Alleen Vrolijke vrienden van Nonkel Bob staat er niet op.
Anyway: Monza met Van God Los. Heerlijk nummer. Uit 2001 blijkbaar. Dat is alweer -zeg dat het geen waar is- 13 jaar geleden. Misschien moet ik ophouden met opzoeken hoe oud dingen zijn. Ik word er wat moe van.
Ik begin -het zou niet mogen zijn (straks heb'em), maar ik doe het toch- met mijn favoriet van 'Gezellig samenzijn'. Je mag gerust zijn: de titel zegt het allemaal. Alleen Vrolijke vrienden van Nonkel Bob staat er niet op.
Anyway: Monza met Van God Los. Heerlijk nummer. Uit 2001 blijkbaar. Dat is alweer -zeg dat het geen waar is- 13 jaar geleden. Misschien moet ik ophouden met opzoeken hoe oud dingen zijn. Ik word er wat moe van.
29 mei 2014
Photo challenge 21/52
Als bijna rasechte Bruggeling zou ik vandaag eigenlijk een foto moeten plaatsen van de Heilige Bloedprocessie. Ik kan mij alleen niet meer herinneren wanneer ik die voor het laatst zag, dus het zal ook niet voor vandaag zijn. Ik denk nochtans elk jaar dat ik maar eens moet gaan kijken, maar blijkbaar is de 'moet' er teveel aan, dus ik laat het maar voor wat het is.
Een andere foto dan maar. Eentje waarvan ik moet toegeven dat hij niet van deze week is (ik zal het maar toegeven vooraleer één of andere snodaard opmerkt dat er geen groen aan de bomen hangt), maar wel toepasselijk. Soms heeft men in het leven van die momenten waarop je denkt: springen of niet? Dat moet deze eend ook gedacht hebben. Hij staat meer dan 3 m hoog trouwens. Maar anderzijds heeft hij het geluk dat hij kan opvliegen vooraleer hij neerstort. Lucky bastard.
Een andere foto dan maar. Eentje waarvan ik moet toegeven dat hij niet van deze week is (ik zal het maar toegeven vooraleer één of andere snodaard opmerkt dat er geen groen aan de bomen hangt), maar wel toepasselijk. Soms heeft men in het leven van die momenten waarop je denkt: springen of niet? Dat moet deze eend ook gedacht hebben. Hij staat meer dan 3 m hoog trouwens. Maar anderzijds heeft hij het geluk dat hij kan opvliegen vooraleer hij neerstort. Lucky bastard.
28 mei 2014
Bellen blazen
Diep in mijn hart blijft er altijd een kind zitten. Een kind dat enthousiast naar haar kinderen van "kijk een regenboog" doet en "kom buiten kijken" roept en dan naar boven wijst waar een luchtballon over vliegt. De pubers doen hun best, ze komen kijken en doen enthousiast en denken vermoedelijk: "oh well, moeder krijgt het weer". Maar ik denk dat ze het later ook met hun kinderen zullen doen. Die op hun beurt hetzelfde zullen denken eens ze tussen de 11 en de 18 zijn. Dat laatste is een gok, ze zitten zo ver nog niet. Ik laat het weten wanneer hun innerlijk rologen wijzigt naar echt enthousiasme. Als ik het niet vergeet, de kans is niet onbestaande. Onthouden is niet mijn sterkste kant.
Ik vermoed dat veel volwassenen het regenboog- en luchtballonkind in zichzelf nog zitten hebben. Ik ben alleen niet zo zeker dat veel volwassenen het bellen blazend en kleurend kind nog in zich hebben. Dat is allemaal wel leuk en fijn als je eigen kinderen nog klein zijn. De weg naar even in hun kleurboeken kleuren ("geef nu toch EINDELIJK mijn boek eens terug, mama") en even bellen blazen is begaanbaar. Helaas worden ze groter en dan ben je bijna verplicht om een potje bellenblaas en een kleurboek voor jezelf te gaan kopen. Op kleurboekniveau bestaat het al, er zijn kleurboeken voor volwassenen. Ik vind ze echter nogal saai, dus ik heb het niet gedaan. Daarenboven kan ik zelf wel een beetje tekenen, dus een kleurboek heb ik niet nodig.
Op bellenblaasniveau is het andere koek. Je kan er natuurlijk om onder het mom dat het voor je kinderen is. Weten die winkeljuffrouwen veel. Maar dan moet je in het geniep gaan blazen. Tenzij je net als ik een ommuurd stadstuintje hebt. Overmorgen ga ik een potje halen. En dan ga ik stiekem bellen blazen in de hoek waar niemand mij kan zien.
Ik vermoed dat veel volwassenen het regenboog- en luchtballonkind in zichzelf nog zitten hebben. Ik ben alleen niet zo zeker dat veel volwassenen het bellen blazend en kleurend kind nog in zich hebben. Dat is allemaal wel leuk en fijn als je eigen kinderen nog klein zijn. De weg naar even in hun kleurboeken kleuren ("geef nu toch EINDELIJK mijn boek eens terug, mama") en even bellen blazen is begaanbaar. Helaas worden ze groter en dan ben je bijna verplicht om een potje bellenblaas en een kleurboek voor jezelf te gaan kopen. Op kleurboekniveau bestaat het al, er zijn kleurboeken voor volwassenen. Ik vind ze echter nogal saai, dus ik heb het niet gedaan. Daarenboven kan ik zelf wel een beetje tekenen, dus een kleurboek heb ik niet nodig.
Op bellenblaasniveau is het andere koek. Je kan er natuurlijk om onder het mom dat het voor je kinderen is. Weten die winkeljuffrouwen veel. Maar dan moet je in het geniep gaan blazen. Tenzij je net als ik een ommuurd stadstuintje hebt. Overmorgen ga ik een potje halen. En dan ga ik stiekem bellen blazen in de hoek waar niemand mij kan zien.
26 mei 2014
Stemmig
Ik ben, dat ondervond ik al meermaals tot mijn scha en schande, te goed voor deze wereld. Ik durf al eens dingen beloven waarvan ik achteraf denk 'maar kind, waarom heb je dat nu weeral beloofd', maar dan doe ik ze toch. Of misschien ben ik gewoon naïef.
Anyway: dit weekend besloot ik niet alleen mijn burgerplicht op elektronische wijze te volbrengen (dat moet immers, maar ik doe het op zich ook met overtuiging) (hoewel ik dit keer zwaar problemen had om te beslissen voor wie ik zou stemmen), maar ook mijn medemens te helpen. Een collega van een andere dienst zocht als voorzitter van een telbureau een secretaris. De voorzitter moet die immers zelf kiezen. Alleen blijkt dat niet zo simpel te zijn, want niet iedereen offert graag zijn vrije namiddag in het zonnetje op om in een tellokaal/sporthal te gaan zitten brieven versleuren. Ik dus wel, al was de dag verlof die ik ervoor kon krijgen wel een extra stimulans. Hij vond niemand, ik vond de vorige keer tellen op zich niet zo erg. Dus daar ging ik.
Helaas waren de goden mij niet zo goed gezind. Net vóór ik de plaats des oordeels bereikte, reed er een mevrouw traag achteruit het fietspad op om haar wagen te draaien. Ik wist niet goed wat ze ging doen, besloot dat remmen de beste optie was en toen gleed mijn fiets weg in alle zand en steentjes die zich ten gevolge van de werken aldaar vergaarde. Eerst op mijn knie, toen op mijn buik en als laatste op mijn kin. Ergens onderweg ben ik ook op mijn handen gevallen en mijn bril staat precies ook niet meer zo vast. En toen was ik, zoals we dat in 't West-Vlaams durven zeggen 'versierd'. En had ik ook nog veel bekijks. Daar droomde ik al altijd van. NOT.
Gelukkig was daar het Vlaams Kruis dat mij vaardig tweemaal heeft geholpen. Eerst om alle te verzorgen en daarna om mijn handen in te zwachtelen die na het heffen en tellen van ettelijke stembiljetten toch wel erg dik kwamen te zitten. Hulde aan de mannen die ook hiervoor hun zondagnamiddag opofferden.
Het ziet er wel stoer uit natuurlijk. Alsof ik gevochten heb op het stembureau. Maar zoals ik zei: ik ben te braaf voor deze wereld. Ik heb zelfs de stemmen geteld van partijen die totaal mijn ding niet zijn. Eerlijk en al. Aanvragen tot heiligverklaring mogen vanaf nu ingediend worden.
Anyway: dit weekend besloot ik niet alleen mijn burgerplicht op elektronische wijze te volbrengen (dat moet immers, maar ik doe het op zich ook met overtuiging) (hoewel ik dit keer zwaar problemen had om te beslissen voor wie ik zou stemmen), maar ook mijn medemens te helpen. Een collega van een andere dienst zocht als voorzitter van een telbureau een secretaris. De voorzitter moet die immers zelf kiezen. Alleen blijkt dat niet zo simpel te zijn, want niet iedereen offert graag zijn vrije namiddag in het zonnetje op om in een tellokaal/sporthal te gaan zitten brieven versleuren. Ik dus wel, al was de dag verlof die ik ervoor kon krijgen wel een extra stimulans. Hij vond niemand, ik vond de vorige keer tellen op zich niet zo erg. Dus daar ging ik.
Helaas waren de goden mij niet zo goed gezind. Net vóór ik de plaats des oordeels bereikte, reed er een mevrouw traag achteruit het fietspad op om haar wagen te draaien. Ik wist niet goed wat ze ging doen, besloot dat remmen de beste optie was en toen gleed mijn fiets weg in alle zand en steentjes die zich ten gevolge van de werken aldaar vergaarde. Eerst op mijn knie, toen op mijn buik en als laatste op mijn kin. Ergens onderweg ben ik ook op mijn handen gevallen en mijn bril staat precies ook niet meer zo vast. En toen was ik, zoals we dat in 't West-Vlaams durven zeggen 'versierd'. En had ik ook nog veel bekijks. Daar droomde ik al altijd van. NOT.
Gelukkig was daar het Vlaams Kruis dat mij vaardig tweemaal heeft geholpen. Eerst om alle te verzorgen en daarna om mijn handen in te zwachtelen die na het heffen en tellen van ettelijke stembiljetten toch wel erg dik kwamen te zitten. Hulde aan de mannen die ook hiervoor hun zondagnamiddag opofferden.
Het ziet er wel stoer uit natuurlijk. Alsof ik gevochten heb op het stembureau. Maar zoals ik zei: ik ben te braaf voor deze wereld. Ik heb zelfs de stemmen geteld van partijen die totaal mijn ding niet zijn. Eerlijk en al. Aanvragen tot heiligverklaring mogen vanaf nu ingediend worden.
20 mei 2014
82 - 85 - 86 (want het moet niet altijd 81-82-83-84 zijn)
Het was een beetje jeugdsentimentdag vandaag. Studio Brussel zette het vanavond in gang (strikt gezien was het dus geen dag, maar een avond) met een jeugdherinneringsmuziekje. Uit jaren dat het leven nog onbekommerd was, of zo lijkt het nu toch achteraf. Mogelijks vergeet je het overgrote deel van de slechte dingen gewoonweg. Of zoals ik, toen mijn 13-jarige dochter een klaagzang opzette over het (typische) gedrag van enkele vriendinnen, zei: "dat hadden wij ook". Ze vroeg hoe dat dan was en ik zei: "ik ben het vergeten". De opluchting was blijkbaar groot. "Oef. Dan ga ik het ook vergeten." Welja, blijkbaar. Het geheugen is een raar ding.
Ik weet wel nog waar ik was toen ik dit voor het eerst hoorde. Op een feestje bij vrienden van mijn ouders en een groot deel van hun familie. In Izegem. Flip Kowlier town. Eén van de neven had de cd mee en we waren helemaal mee en in de wolken. 't Is niet dat ik het alle dagen moet horen, maar zo een keer op een weg, dat mag wel. Het helpt wel even om je weer jong te voelen. Of net niet, als je weet dat dit van 1982 is.
En daarna moest ik naar aanleiding van iets op twitter aan Jo Röpcke denken. Allé jong. Als dat niet lang geleden is. Wij keken altijd naar zijn programma Première. Kan je je tegenwoordig nog voorstellen dat ze een programma maken over films die in première gaan? Juist ja. We worden oud. En Jo Röpcke zal op de moeder der verkiezingen net 7 jaar overleden zijn. Ik ben er niet goed van, van hoe de tijd vooruit snelt.
Gelukkig was REM, die ook nog even opdook, nog van niet zo lang geleden. Dacht ik. Want ik hou het meest van hun oudere nummers. Wat dan ook weer iets minder goed is voor mijn zelfbeeld dat amai-wat-ben-je-al-oud schreeuwt. Uit 1986 en op een gedeelde nummer 1 met Orange Crush in mijn REM top 5:
En terwijl u naar dit luistert, ga ik mij nogmaals insmeren met anti-rimpelcrème.
Ik weet wel nog waar ik was toen ik dit voor het eerst hoorde. Op een feestje bij vrienden van mijn ouders en een groot deel van hun familie. In Izegem. Flip Kowlier town. Eén van de neven had de cd mee en we waren helemaal mee en in de wolken. 't Is niet dat ik het alle dagen moet horen, maar zo een keer op een weg, dat mag wel. Het helpt wel even om je weer jong te voelen. Of net niet, als je weet dat dit van 1982 is.
En daarna moest ik naar aanleiding van iets op twitter aan Jo Röpcke denken. Allé jong. Als dat niet lang geleden is. Wij keken altijd naar zijn programma Première. Kan je je tegenwoordig nog voorstellen dat ze een programma maken over films die in première gaan? Juist ja. We worden oud. En Jo Röpcke zal op de moeder der verkiezingen net 7 jaar overleden zijn. Ik ben er niet goed van, van hoe de tijd vooruit snelt.
Gelukkig was REM, die ook nog even opdook, nog van niet zo lang geleden. Dacht ik. Want ik hou het meest van hun oudere nummers. Wat dan ook weer iets minder goed is voor mijn zelfbeeld dat amai-wat-ben-je-al-oud schreeuwt. Uit 1986 en op een gedeelde nummer 1 met Orange Crush in mijn REM top 5:
En terwijl u naar dit luistert, ga ik mij nogmaals insmeren met anti-rimpelcrème.
Abonneren op:
Reacties (Atom)