Het leven, dat moeten we allen weten, zit vol verrassingen en het geluk zit in kleine hoekjes. Zo, daar hebben we even twee clichés op een hoopje. Het leuke aan clichés is echter dat ze waar zijn. Een mens moet dus niet al te veel twijfelen, dat maakt het leven ook iets gemakkelijker. Soms.
Ik ga het nu niet hebben over het gevoel dat ik gisteren weer kreeg toen ik na het betalen van mijn rekeningen (en het uitstellen van eentje naar de volgende maand) de bodem van mijn zichtrekening zag blinken. Het is altijd leuk om op het einde van je rekening een stukje maand over te hebben, zoals ze zeggen. Maar daar ging het dus niet over.
Het gaat wel over het gevoel dat mij vandaag overviel toen ik al mijn badhanddoeken in de wasmachine gepropt had en ik dus na mijn bad met een probleem zat. Geen behoorlijk groot probleem eigenlijk, want ik heb nog handdoeken. Ja, zelfs grote. Alleen zijn het niet van die volwassen donkergrijze handdoeken die vrouwen van mijn leeftijd gebruiken, maar van die andere. Deze waar zelfs de kinderen te groot voor geworden zijn.
Ik droogde mij vandaag dus af met enkele van de 101 Dalmatiërs. Platte weliswaar, ik heb het niet zo voor dieren tenzij ze wat plat zijn. En dan heb ik het niet zozeer over platgereden egels, maar over 'op een prentje'.
En toen overviel mij even het gevoel dat ik toch wel verheugd mag zijn dat in tijden van crisis mijn handdoeken nog niet versleten zijn. Dat ik ze zelfs nog zal kunnen gebruiken om ooit mijn kleinkinderen mee af te drogen. Daar werd ik simpelweg even blij van. Om niks. Dat mag ook wel eens.
21 oktober 2014
7 oktober 2014
Dikke zoenen en vele knuffels
4 maanden en meer. De tijd gaat in een verbazingwekkend tempo voorbij. We hadden het einde van de lente. We hadden de zomer (het ding waarop we kafferden in augustus en daarna als een verloren kind omarmden toen die in het verkeerde seizoen weer de kop opstak) en nu hebben we de herfst. In volle hevigheid.
Mijn voeten hebben koud, maar gelukkig is het weer porto-weer. Daar krijgt een mens warme voeten van. En een warm binnenste, dat is ook mooi meegenomen. Maar als het moment komt om de bedstee op te zoeken is het eerste toch iets belangrijker. Want met koude voeten kan een mens niet slapen. Enfin: dit mens. Ok, ik heb dikke kousen en die durf ik aantrekken, zelfs met mijn mouwloos slaapkleed erboven, maar het blijft geen zicht. En ik heb een spiegel in mijn kamer, dus het is niet enkel de voor mij verborgen spin die het moet aanschouwen.
Vorige week, toen het nog lekker warm was, werd hier trouwens een groot geheim onthuld. In het bijzijn van mijn kinderen vroeg een medeblogster of ik nog schreef. Naar schatting 7 of 8 jaar na mijn eerste blogpasjes sloegen de pubers ten huize steil achterover (niet letterlijk uiteraard) en riepen in koor: "HEB JIJ EEN BLOG?!". Tot zover de geheimhouding ter familie. Ik heb hen plechtig laten zweren -uiteraard mits de nodige dreigementen- dat het niet verder mocht gaan dan dit gezin. Ik heb niet veel zin in meelezende familieleden, hoe leuk is sommigen onder hen ook mag vinden. Zij kennen mijn dreigementen. Een doordringende blik volstaat meestal om hen te laten weten hoe laat het is. Ze sidderen en beven dan ook van angst. *kuch*
Hoe dan ook: de kans dat het geheim bewaard blijft is toch voor zo'n 99,99% gegarandeerd. Ten eerste zijn ze zeer zwijgzaam als het dingen van anderen betreft. Ik weet welke helft van hun ouderpaar daarvoor verantwoordelijk is. Om een kleine tip te geven: hun moeder heeft een hekel aan geheimverklappende kletskousen. Ten tweede zijn ze meestal ook wat vergeetachtig.
En mochten ze, ondanks mijn hoop op vergeten, toch op zoek zijn gegaan onder het motto "ik heb je twitter al gevonden, dus ik zal je blog ook wel vinden, hoor", dan wil ik hier even iets duidelijk stellen:
Kinderen, dit blijft tussen ons. Indien niet, dan zal ik op jullie trouwfeest of samenwoningsfeest alle schaamtelijke dingen uit jullie kindertijd vertellen. Aan de volledige schoonfamilie en al jullie vrienden.
Zo. Bij deze zijn we het ongetwijfeld eens. *gniffel*
Dikke zoenen en vele knuffels.
Mama
3 juni 2014
Photo Challenge 22 en 23/52
We zijn weeral verder dan ik dacht precies. Morgen op het weekmenu van week 23 van het werk: Florentijnse eieren. Ik wist niet dat het bestond tot ik ze daar eens at. Lekkerrrrr... Bij deze wist ik dus dat het week 23 geworden was. Gelukkig dat iemand er nog aan denkt dat mijn innerlijke kalender moet bijgewerkt worden.
Week 22 ging geruisloos over in week 23 dus beide foto's zijn van gisteren. Ik ga daar geen doekjes om winden, het is bij wie dit volgt al algemeen bekend dat ik er niet mee inzit dat de foto's niet op het juiste moment genomen zijn.
Voor week 22 presenteer ik u een standbeeld. Dit standbeeld staat ter hoogte van de Unescorotonde. Dat is voor de Bruggelingen eigenlijk gewoon het rond punt bij het station. Dat waar je tijdens de spitsuren moet staan aanschuiven en waar je de helft van de tijd gewoon stil op staat. Laat ons zeggen dat het niet zo goed marcheert, wat niet zo verwonderlijk is als je weet dat zeer kortbij er verkeerslichten staan. Kwestie van nog problemen op te kunnen lossen in de toekomst. Een mens mag niet alles in een keer hebben, dan ben je weer blij als er nog iets opgelost is. Zo gaat dat.
Maar terug naar het standbeeld. Vroeger, toen de dieren nog spraken, de Unescorotonde nog niet bestond en ik nog klein was, stond dit beeld veel meer in de kijker. Ik vond het als kind uitermate fascinerend, maar ik was er wat bang van. Men ziet hier een man die een overmaatse vogel bij de keel grijpt en hoog boven die vogel opgeheven iets in de hand heeft. Als kind dacht ik dat het een mes was en hij het beest de keel ging oversnijden. Het is pas jaren later, bij het verplaatsen van het beeld, dat ik zag dat het een vis was. Dat maakt het al iets minder griezelig, maar ik blijf het fascinerend vinden. Ik heb geen idee wie of wat het voorstelt en of hij die vis wil geven of afgenomen heeft. Bizar beeld, waar u trouwens hier de achterkant van ziet omdat ik geen zin had om mij midden op de rotonde te gaan begeven. Nu en dan zie je daar een verdwaalde toerist lopen, maar het scoort niet hoog in de categorie 'verantwoord gedrag'.
Voor week 23 had ik een foto kunnen nemen van de herdenkingsplaats waar vorige week op de markt de 19-jarige Mikey omgebracht werd. Ik passeerde er wel, maar het ligt absoluut niet in mijn aard om daar foto's van te nemen en waar dan ook te posten. Er zijn absoluut grenzen.
Waar jullie wel een foto van krijgen is van iets wat mij een groot genoegen doet: de afbraak van de meifoor. De rust keert weer. At last.
Week 22 ging geruisloos over in week 23 dus beide foto's zijn van gisteren. Ik ga daar geen doekjes om winden, het is bij wie dit volgt al algemeen bekend dat ik er niet mee inzit dat de foto's niet op het juiste moment genomen zijn.
Voor week 22 presenteer ik u een standbeeld. Dit standbeeld staat ter hoogte van de Unescorotonde. Dat is voor de Bruggelingen eigenlijk gewoon het rond punt bij het station. Dat waar je tijdens de spitsuren moet staan aanschuiven en waar je de helft van de tijd gewoon stil op staat. Laat ons zeggen dat het niet zo goed marcheert, wat niet zo verwonderlijk is als je weet dat zeer kortbij er verkeerslichten staan. Kwestie van nog problemen op te kunnen lossen in de toekomst. Een mens mag niet alles in een keer hebben, dan ben je weer blij als er nog iets opgelost is. Zo gaat dat.
Maar terug naar het standbeeld. Vroeger, toen de dieren nog spraken, de Unescorotonde nog niet bestond en ik nog klein was, stond dit beeld veel meer in de kijker. Ik vond het als kind uitermate fascinerend, maar ik was er wat bang van. Men ziet hier een man die een overmaatse vogel bij de keel grijpt en hoog boven die vogel opgeheven iets in de hand heeft. Als kind dacht ik dat het een mes was en hij het beest de keel ging oversnijden. Het is pas jaren later, bij het verplaatsen van het beeld, dat ik zag dat het een vis was. Dat maakt het al iets minder griezelig, maar ik blijf het fascinerend vinden. Ik heb geen idee wie of wat het voorstelt en of hij die vis wil geven of afgenomen heeft. Bizar beeld, waar u trouwens hier de achterkant van ziet omdat ik geen zin had om mij midden op de rotonde te gaan begeven. Nu en dan zie je daar een verdwaalde toerist lopen, maar het scoort niet hoog in de categorie 'verantwoord gedrag'.
Voor week 23 had ik een foto kunnen nemen van de herdenkingsplaats waar vorige week op de markt de 19-jarige Mikey omgebracht werd. Ik passeerde er wel, maar het ligt absoluut niet in mijn aard om daar foto's van te nemen en waar dan ook te posten. Er zijn absoluut grenzen.
Waar jullie wel een foto van krijgen is van iets wat mij een groot genoegen doet: de afbraak van de meifoor. De rust keert weer. At last.
1 juni 2014
Queen
"Genees dan toch", sprak ik, maar helaas, ik blijk Jezus niet te zijn. Hoe erg ik ook probeerde er op in te praten, het lukte niet. Op de plek waar mijn knie wat (nogal) hardhandig met een fietspad vol zand en keitjes in aanraking kwam, verscheen een dag na het uitwassen en behandelen een ware vochtaflatende plek. Druppelsgewijs liep er om de zoveel tijd een straaltje etter richting mijn rechterenkel. Wat wel nog zo normaal was, gezien het ook mijn rechterknie betrof. Gelukkig was het niet van die aard dat het ook mijn rechterenkel bereikte, dat zou nogal wat geweest zijn. Ik hoop dat u niet aan het eten bent.
Ik dus naar de dokter, die het geheel aanschouwde, mij instructies over uitspoelen, ontsmetten en insmeren met wondhelende zalf meegaf en speciale kompressen voorschreef die er niet in zouden plakken. Dat het tegen de donderdag toch wel dicht zou moeten gaan komen, zo. Wat dus niet gebeurde. Ik ben dol op feestdagen, maar niet als ze vallen op een moment waarop je eigenlijk een dokter nodig hebt. En onze lieve Heer was ten hemel opgenomen, dus daar had ik ook niet zoveel aan.
Onderhand had ik tegen donderdag - wegens ferme pijnscheuten, een warme knie en zwelling - al het idee dat ik een knieamputatie zou moeten ondergaan. En omdat dat wat raar zou zijn, zou vermoedelijk ook mijn onderbeen eraan moeten geloven. Ik zeg het niet graag, maar het dramaqueengehalte van mijn jongste dochter heeft ze misschien van niemand vreemd. Van haar vader, dat spreekt voor zich. Gelukkig had mijn vader, die dan weer geen enkel dramaqueengehalte in zijn lijf heeft, mij al een zalfje meegegeven dat toch wel leek te helpen.
Niettemin besloot ik vrijdag met enige spoed de huisarts opnieuw op te bellen. Er bleef maar rommel uit die knie komen en zo net vóór het weekend heeft niemand daar echt een boodschap aan. Daar bleek dat mijn eigenste lijf een soort witte film (ik ben de naam vergeten en ik ga het ook niet opzoeken op google wegens dat ik geen smerige foto's wil zien) op de wonde gelegd had en dat die de wondheling verhinderde. En dat zag ze niet graag. Er werd een ietwat akelig woord uitgesproken: weg schrapen. Eens mijn beeld van amputatie bijgesteld was, leek het schrapen mij eigenlijk ook niet zo aanlokkelijk. Maar dat moest niet onmiddellijk, alleen maar als het tegen woensdag niet weg is. Ik kreeg een zalf voorgeschreven en nieuwe instructies die ik braaf opvolgde.
Om maar te zeggen: het ziet er al beter uit. Ik sluit de dramaqueen weer op in haar hok en binnen een week of zo kan ik eindelijk weer beginnen lopen. Want tegen 19 oktober moet ik die 10 km mét trappen lopen halen. Iets waar ik ongelofelijk veel zin in heb. Veel meer dan in kuisen. Dat laat ik die dramaqueen anders even doen.
Ik dus naar de dokter, die het geheel aanschouwde, mij instructies over uitspoelen, ontsmetten en insmeren met wondhelende zalf meegaf en speciale kompressen voorschreef die er niet in zouden plakken. Dat het tegen de donderdag toch wel dicht zou moeten gaan komen, zo. Wat dus niet gebeurde. Ik ben dol op feestdagen, maar niet als ze vallen op een moment waarop je eigenlijk een dokter nodig hebt. En onze lieve Heer was ten hemel opgenomen, dus daar had ik ook niet zoveel aan.
Onderhand had ik tegen donderdag - wegens ferme pijnscheuten, een warme knie en zwelling - al het idee dat ik een knieamputatie zou moeten ondergaan. En omdat dat wat raar zou zijn, zou vermoedelijk ook mijn onderbeen eraan moeten geloven. Ik zeg het niet graag, maar het dramaqueengehalte van mijn jongste dochter heeft ze misschien van niemand vreemd. Van haar vader, dat spreekt voor zich. Gelukkig had mijn vader, die dan weer geen enkel dramaqueengehalte in zijn lijf heeft, mij al een zalfje meegegeven dat toch wel leek te helpen.
Niettemin besloot ik vrijdag met enige spoed de huisarts opnieuw op te bellen. Er bleef maar rommel uit die knie komen en zo net vóór het weekend heeft niemand daar echt een boodschap aan. Daar bleek dat mijn eigenste lijf een soort witte film (ik ben de naam vergeten en ik ga het ook niet opzoeken op google wegens dat ik geen smerige foto's wil zien) op de wonde gelegd had en dat die de wondheling verhinderde. En dat zag ze niet graag. Er werd een ietwat akelig woord uitgesproken: weg schrapen. Eens mijn beeld van amputatie bijgesteld was, leek het schrapen mij eigenlijk ook niet zo aanlokkelijk. Maar dat moest niet onmiddellijk, alleen maar als het tegen woensdag niet weg is. Ik kreeg een zalf voorgeschreven en nieuwe instructies die ik braaf opvolgde.
Om maar te zeggen: het ziet er al beter uit. Ik sluit de dramaqueen weer op in haar hok en binnen een week of zo kan ik eindelijk weer beginnen lopen. Want tegen 19 oktober moet ik die 10 km mét trappen lopen halen. Iets waar ik ongelofelijk veel zin in heb. Veel meer dan in kuisen. Dat laat ik die dramaqueen anders even doen.
30 mei 2014
Belpop 3.1
Het is alweer geleden van vorige maand (op de valreep, want deze maand is morgen ook alweer de vorige) dat ik jullie leven verblijdde met een liedje. Als je De Kreuners van een paar dagen geleden niet meerekent, dat is. Het wordt dus hoog tijd om de Belpop cd's weer ter hand te nemen en even te kijken waarmee ik de wereld wat beter kan maken. Dat mag ook wel, het nieuws van de in Brugge met messteken omgebrachte jongen heeft mij toch wel aangegrepen. Misschien ben ik wat naïef, maar in Brugge in godsnaam... Er gebeurt hier van zijn levens bijna niks. Morgen moet ik naar de bib en daarvoor rijd ik met mijn fiets over de markt. Ik zal toch even slikken als ik er voorbij moet. Mijn oudste dochter gaat eind juni naar haar eerste fuif, ik hoop dat ze in haar uitgaansleven toch nooit zoiets moet meemaken.
Ik begin -het zou niet mogen zijn (straks heb'em), maar ik doe het toch- met mijn favoriet van 'Gezellig samenzijn'. Je mag gerust zijn: de titel zegt het allemaal. Alleen Vrolijke vrienden van Nonkel Bob staat er niet op.
Anyway: Monza met Van God Los. Heerlijk nummer. Uit 2001 blijkbaar. Dat is alweer -zeg dat het geen waar is- 13 jaar geleden. Misschien moet ik ophouden met opzoeken hoe oud dingen zijn. Ik word er wat moe van.
Ik begin -het zou niet mogen zijn (straks heb'em), maar ik doe het toch- met mijn favoriet van 'Gezellig samenzijn'. Je mag gerust zijn: de titel zegt het allemaal. Alleen Vrolijke vrienden van Nonkel Bob staat er niet op.
Anyway: Monza met Van God Los. Heerlijk nummer. Uit 2001 blijkbaar. Dat is alweer -zeg dat het geen waar is- 13 jaar geleden. Misschien moet ik ophouden met opzoeken hoe oud dingen zijn. Ik word er wat moe van.
29 mei 2014
Photo challenge 21/52
Als bijna rasechte Bruggeling zou ik vandaag eigenlijk een foto moeten plaatsen van de Heilige Bloedprocessie. Ik kan mij alleen niet meer herinneren wanneer ik die voor het laatst zag, dus het zal ook niet voor vandaag zijn. Ik denk nochtans elk jaar dat ik maar eens moet gaan kijken, maar blijkbaar is de 'moet' er teveel aan, dus ik laat het maar voor wat het is.
Een andere foto dan maar. Eentje waarvan ik moet toegeven dat hij niet van deze week is (ik zal het maar toegeven vooraleer één of andere snodaard opmerkt dat er geen groen aan de bomen hangt), maar wel toepasselijk. Soms heeft men in het leven van die momenten waarop je denkt: springen of niet? Dat moet deze eend ook gedacht hebben. Hij staat meer dan 3 m hoog trouwens. Maar anderzijds heeft hij het geluk dat hij kan opvliegen vooraleer hij neerstort. Lucky bastard.
Een andere foto dan maar. Eentje waarvan ik moet toegeven dat hij niet van deze week is (ik zal het maar toegeven vooraleer één of andere snodaard opmerkt dat er geen groen aan de bomen hangt), maar wel toepasselijk. Soms heeft men in het leven van die momenten waarop je denkt: springen of niet? Dat moet deze eend ook gedacht hebben. Hij staat meer dan 3 m hoog trouwens. Maar anderzijds heeft hij het geluk dat hij kan opvliegen vooraleer hij neerstort. Lucky bastard.
28 mei 2014
Bellen blazen
Diep in mijn hart blijft er altijd een kind zitten. Een kind dat enthousiast naar haar kinderen van "kijk een regenboog" doet en "kom buiten kijken" roept en dan naar boven wijst waar een luchtballon over vliegt. De pubers doen hun best, ze komen kijken en doen enthousiast en denken vermoedelijk: "oh well, moeder krijgt het weer". Maar ik denk dat ze het later ook met hun kinderen zullen doen. Die op hun beurt hetzelfde zullen denken eens ze tussen de 11 en de 18 zijn. Dat laatste is een gok, ze zitten zo ver nog niet. Ik laat het weten wanneer hun innerlijk rologen wijzigt naar echt enthousiasme. Als ik het niet vergeet, de kans is niet onbestaande. Onthouden is niet mijn sterkste kant.
Ik vermoed dat veel volwassenen het regenboog- en luchtballonkind in zichzelf nog zitten hebben. Ik ben alleen niet zo zeker dat veel volwassenen het bellen blazend en kleurend kind nog in zich hebben. Dat is allemaal wel leuk en fijn als je eigen kinderen nog klein zijn. De weg naar even in hun kleurboeken kleuren ("geef nu toch EINDELIJK mijn boek eens terug, mama") en even bellen blazen is begaanbaar. Helaas worden ze groter en dan ben je bijna verplicht om een potje bellenblaas en een kleurboek voor jezelf te gaan kopen. Op kleurboekniveau bestaat het al, er zijn kleurboeken voor volwassenen. Ik vind ze echter nogal saai, dus ik heb het niet gedaan. Daarenboven kan ik zelf wel een beetje tekenen, dus een kleurboek heb ik niet nodig.
Op bellenblaasniveau is het andere koek. Je kan er natuurlijk om onder het mom dat het voor je kinderen is. Weten die winkeljuffrouwen veel. Maar dan moet je in het geniep gaan blazen. Tenzij je net als ik een ommuurd stadstuintje hebt. Overmorgen ga ik een potje halen. En dan ga ik stiekem bellen blazen in de hoek waar niemand mij kan zien.
Ik vermoed dat veel volwassenen het regenboog- en luchtballonkind in zichzelf nog zitten hebben. Ik ben alleen niet zo zeker dat veel volwassenen het bellen blazend en kleurend kind nog in zich hebben. Dat is allemaal wel leuk en fijn als je eigen kinderen nog klein zijn. De weg naar even in hun kleurboeken kleuren ("geef nu toch EINDELIJK mijn boek eens terug, mama") en even bellen blazen is begaanbaar. Helaas worden ze groter en dan ben je bijna verplicht om een potje bellenblaas en een kleurboek voor jezelf te gaan kopen. Op kleurboekniveau bestaat het al, er zijn kleurboeken voor volwassenen. Ik vind ze echter nogal saai, dus ik heb het niet gedaan. Daarenboven kan ik zelf wel een beetje tekenen, dus een kleurboek heb ik niet nodig.
Op bellenblaasniveau is het andere koek. Je kan er natuurlijk om onder het mom dat het voor je kinderen is. Weten die winkeljuffrouwen veel. Maar dan moet je in het geniep gaan blazen. Tenzij je net als ik een ommuurd stadstuintje hebt. Overmorgen ga ik een potje halen. En dan ga ik stiekem bellen blazen in de hoek waar niemand mij kan zien.
Abonneren op:
Reacties (Atom)